De begrenzing van continuïteit

Column What’s Up Art dec. 2012 Thema Ontgrenzing.

Bij het woord ‘grens’ denk ik altijd direct aan een stippellijntje. Niet zo vreemd natuurlijk, want landgrenzen op kaarten worden met een stippellijntje aangegeven. Maar het gekke is dat ik de visuele metafoor van het dunne stippellijntje precies vind passen bij wat een grens (voor mij) betekent. Het stippellijntje markeert de scheidslijn tussen het ene en het andere en het lijkt soms onzinnig om die lijn bijvoorbeeld tussen volkeren te trekken waardoor ze toevallig aan de ene kant of de andere kant van de grens wonen. In Syrië wonende Turken zijn nog steeds Turken en omgekeerd. Maar intussen maakt het stippellijntje dat ze zich aan de ene kant veilig kunnen voelen, en een millimeter verder vrezen voor hun leven. Het stippellijntje beschermt ze. De markering is niet alleen een scheidslijn maar een acterend streepje. Het is een ambigu dingetje, dat je al slingerend door landschappen, realiteiten en waarden kan laten struikelen of doorlaat. Het onleent zijn realiteit aan fictiviteit. Het heeft een eigen onderwerp dat je van mening kan doen veranderen of  je besluiteloos laat over welke kant je moet kiezen.

Ho stop!
Maar hoe zit dat voor mij en wat doet het lijntje voor de kunst? Toen ik afgelopen zomer op Documenta 13 naar de video ‘Continuity’  (2012) van Omer Fast stond te kijken, realiseerde ik me dat kunst lijntjes weet op te rekken tegen de grens van het ongemakkelijke en de eigen moraliteit. In de film zie je hoe een man en vrouw – een Duits echtpaar – zich gereed maken om hun zoon van het station te gaan halen, die  gediend heeft in oorlogsgebied in Afghanistan. Er volgt een emotioneel maar ook enigszins afstandelijk weerzien met een enorme stroefheid die zich tijdens het gezamenlijke diner al openbaart, maar vooral wanneer de jongen naar zijn slaapkamer wordt gebracht dat zich nog in oorspronkelijke ‘tienerstaat’ bevindt. In het kamertje – als de man de jongen vaderlijk toespreekt en hem daarbij betast – begint het onbehagen in het Documentapaviljoen zich bij de toeschouwers voelbaar te manifesteren. De incestueuze sfeer die de film uitademt bereikt zijn hoogtepunt als de vrouw ’s nachts bij de jongen in bed kruipt. De dunne lijn waarmee de motor der moraliteit aangetrokken wordt, begint al op strak te staan. Aan alle kanten beginnen er grenzen aan elkaar te trekken. De vervagende grens tussen fictie en realiteit, die Fast in zijn werk gebruikt om onderhuidse waarheden uit te drukken, schurkt tegen mijn eigen stippelgrens van moraliteit aan.

Het is maar kunst
Na verloop van de video blijkt dat het ophalen van jongens van het front een steeds weer in scene gezet ritueel is voor het ‘ouderpaar’. “Het was maar een vooropgezette deal en de ‘zoon’ is een mannelijke escort die ingehuurd wordt”, denkt de toeschouwer dan.  “Het is maar een film… het is maar kunst….“.

Dit werk van Omer Fast is van een ongelooflijk subtiele gelaagdheid en ik doe het geen recht om het in een paar zinnen te vatten, maar het heeft indruk op me gemaakt. Het heeft kleine knipjes aangebracht aan mijn eigen grenzen door me aan het denken te zetten over de grenzen van waarden, toelaatbaarheid, beleving, werkelijkheid. En zoals je een landgrens oversteekt om binnen een millimeter veilig te zijn,  zo werkt het stippellijntje op de menselijke natuur. Je wandelt een tijdje in een wolk van narratieven en dan ineens – – – – de grens. Je wist niet dat hij daar was, maar je voelt in een seconde wanneer hij is bereikt. En de kunst staat aan de overkant naar je te zwaaien.

Tags: ,